De jacht op de boosdoener bij MS: hoe T-cellen ons meer leren over deze ingrijpende ziekte
Gepubliceerd op 29 januari 2026
Gepubliceerd op 29 januari 2026
Multiple sclerose (MS) is een slopende ziekte van het centrale zenuwstelsel. In Nederland leven zo’n 17.000 mensen met MS en elk jaar komen daar 800 nieuwe patiënten bij. De ziekte tast het zenuwstelsel aan, waardoor mensen steeds meer beperkingen ervaren. Hoewel er medicijnen zijn die het ziekteproces kunnen afremmen, is genezing nog niet mogelijk.
In het Erasmus MC zijn onderzoekers onder begeleiding van dr. Joost Smolders (neuroloog) op zoek naar de oorzaak van MS. Ze vermoeden dat een specifieke groep afweercellen, de T-cellen, een sleutelrol speelt. Smolders: “Normaal beschermen T-cellen ons tegen virussen en bacteriën, maar bij MS lijken ze zich tegen het eigen lichaam te keren. Hoe dat precies gebeurt, is nog grotendeels onbekend.”
Wijlen prof. dr. Rogier Hintzen was directeur en oprichter van ErasMS in het Erasmus MC
Het onderzoek naar de oorzaak van MS is ontstaan uit de diepe wens van wijlen prof. dr. Rogier Hintzen, neuroloog, wetenschapper en oprichter van het MS Centrum ErasMS in Rotterdam. Hintzen was een betrokken arts en uitmuntend onderzoeker, gedreven om de behandeling van MS te verbeteren. Als hoofd van het Nationaal Kinder MS Centrum en pionier in het MS-onderzoek heeft hij wereldwijd een onuitwisbare bijdrage geleverd.
Sinds 2014 deed Hintzen onderzoek naar de werking van B-cellen bij mensen met MS. Hij wilde begrijpen wat deze immuuncellen activeert en hoe ze bijdragen aan het ziekteproces. Maar zijn grootste droom was om de rol van T-cellen in het ontstaan van MS te ontdekken. Hoewel al bekend was dát T-cellen betrokken zijn, bleef de vraag bestaan welke rol ze precies spelen.
Hintzen geloofde dat het isoleren en analyseren van individuele T-cellen nieuwe inzichten zou opleveren. Daarvoor was de modernste technologie nodig: single cell sequencing, waarmee elke T-cel afzonderlijk kan worden onderzocht. Dankzij donateurs kon deze droom in 2020 werkelijkheid worden en is dit onderzoek in 2025 afgerond.
Met steun van donateurs kon het MS-centrum van het Erasmus MC twee geavanceerde technieken ontwikkelen:
“Door deze technieken te combineren, krijgen wij een compleet beeld van de ‘huishouding’ van een T-cel. En dat levert belangrijke inzichten op”, aldus Smolders.
De onderzoekers richtten zich op een specifieke soort T-cel: de Th17.1-cel. Smolders vertelt verder: “Deze cel blijkt in verhoogde mate aanwezig te zijn in het bloed en de hersenen van mensen met MS. En nog belangrijker: bij patiënten die artsen succesvol behandelen met het medicijn natalizumab, neemt het aantal van deze cellen juist af.”
Zou dat dan de oorzaak zijn van MS? Smolders legt het verder uit: “Dankzij de nieuwe technieken ontdekten we dat een deel van de Th17.1-cellen een toxisch profiel heeft: ze produceren stoffen die schade kunnen aanrichten in de hersenen. Deze ‘ontspoorde’ cellen lijken een belangrijke rol te spelen in hoe MS ontstaat en verergert.”
Dit artikel is afkomstig uit Impact, het jaarlijkse magazine van de Erasmus MC Foundation voor onze donateurs. Het bundelt persoonlijke verhalen van artsen, onderzoekers, patiënten en donateurs over de impact van donateurs op wetenschappelijk onderzoek in het Erasmus MC.
Wil jij dit magazine ook ontvangen?
Word donateur en steun baanbrekend onderzoek in het Erasmus MC.
De onderzoekers willen nu beter begrijpen hoe deze T-cellen ontsporen. Ze vermoeden dat dit gebeurt door verkeerde signalen van andere afweercellen, zoals B-cellen of microglia in de hersenen. “Door deze signalen te onderzoeken, hopen we dat wij nieuwe aangrijpingspunten vinden voor behandeling van MS”, stelt Smolders.
Het uiteindelijke doel van al het onderzoek? “Gerichte therapieën ontwikkelen die alleen de ontspoorde cellen aanpakken, zonder het hele afweersysteem te onderdrukken. Dat zou een enorme stap vooruit zijn in de behandeling van MS”, vertelt Smolders enthousiast.
Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de steun van onze donateurs. Dankzij hun bijdragen konden de onderzoekers investeren in kostbare apparatuur, patiëntmateriaal verzamelen en een gespecialiseerd team samenstellen. Inmiddels zijn alle gegevens verzameld en worden de laatste analyses uitgevoerd. De resultaten worden naar verwachting eind 2025 gedeeld in een wetenschappelijke publicatie.