Wat levert MS‑onderzoek op? Nieuwe inzichten uit 20 jaar PROUD‑studie
2 februari 2026
2 februari 2026
Met de PROUD-studie doen onderzoekers, mede dankzij onze donateurs, van het Erasmus MC sinds 2006 uitgebreid onderzoek naar MS. Met deze langlopende studie volgen onderzoekers patiënten vanaf hun allereerste MS‑achtige klachten. De nieuwste resultaten laten zien hoe belangrijk dit onderzoek is. En wat het concreet oplevert voor patiënten en artsen.

Cato Corsten
De PROUD‑studie (Predicting the Outcome of a Demyelinating event) richt zich op mensen met een klinisch geïsoleerd syndroom (CIS): een eerste aanval die kan passen bij MS. Niet iedereen met zo’n eerste aanval krijgt daadwerkelijk MS. De grote vraag is wie wel en wie niet? En hoe verloopt de ziekte in een vroeg stadium?
Sinds 2006 volgen onderzoekers van het Erasmus MC, samen met ziekenhuizen in de regio, honderden deelnemers vanaf hun eerste klachten. Zij worden jarenlang gevolgd met neurologisch onderzoek, MRI‑scans, bloed‑ en soms hersenvochtonderzoek en jaarlijkse vragenlijsten. Al deze gegevens samen vormen een unieke databank die helpt om patronen te herkennen in het ontstaan en beloop van MS.
In 2026 viert de PROUD‑studie het 20-jarig jubileum. In die jaren zijn waardevolle inzichten opgedaan die direct bijdragen aan betere zorg voor mensen met (een vermoeden van) MS. Cato Corsten is promovenda op de PROUD-studie. In dit artikel deelt zij deze inzichten.
Inzicht 1: MS komt vaker voor in families, maar het verloop is niet ernstiger
MS komt relatief vaak voor binnen families. Onderzoekers wilden weten of mensen met MS in de familie na een eerste aanval ook een ander ziekteverloop hebben. Binnen de PROUD‑studie keken onderzoekers naar het beloop, de genetische risicofactoren, de vitamine D‑waarden en de antistoffen tegen het Epstein‑Barr‑virus.
Corsten legt uit: “De resultaten laten zien dat mensen met MS in de familie inderdaad vaker bekende genetische risicofactoren hebben, zoals het MS‑risicogen HLA‑DRB1*15:01 en genetische kenmerken die samenhangen met lagere vitamine D‑blootstelling. Maar opvallend genoeg verliep de ziekte niet sneller of ernstiger dan bij mensen zonder MS in de familie.”
Dat is belangrijk nieuws: het laat zien dat de kans om MS te krijgen en het verloop van de ziekte daarna waarschijnlijk door verschillende biologische processen worden bepaald. “Voor patiënten betekent dit dat een familiegeschiedenis van MS niet automatisch wijst op een ernstiger ziekteverloop”, aldus Corsten.
Inzicht 2: antistoffen (ANA) zeggen weinig over het beloop van MS
In een ander deelonderzoek keken onderzoekers naar het voorkomen van antinucleaire antistoffen (ANA) bij mensen met CIS en vroege MS. Deze antistoffen worden vaak gezien bij auto‑immuunziekten zoals lupus en komen ook relatief vaak voor bij MS.
“De vraag was: zeggen deze antistoffen iets over hoe de ziekte zich ontwikkelt? Het antwoord blijkt geruststellend. Hoewel ANA’s inderdaad vaker voorkomen bij mensen met vroege MS, hangen ze niet samen met een ernstiger ziekteverloop of snellere achteruitgang”, vertelt Corsten.
Waarschijnlijk komen deze antistoffen vaker voor omdat verschillende auto‑immuunziekten deels dezelfde risicofactoren delen. Corsten: “Voor artsen betekent dit dat een positieve ANA‑test bij MS meestal geen reden is tot extra zorgen over het verloop van de ziekte.”
Inzicht 3: een bloedmarker die helpt voorspellen wie MS krijgt
Eén van de meest veelbelovende resultaten uit de PROUD‑studie gaat over bloedmarkers. Corsten: “We onderzochten of twee stoffen in het bloed, neurofilament light chain (NfL) en glial fibrillary acidic protein (GFAP), kunnen helpen voorspellen wie na een CIS daadwerkelijk MS ontwikkelt volgens de nieuwste (McDonald 2024) criteria.”
De bloedwaarden werden gemeten binnen zes maanden na de eerste klachten, samen met andere bekende risicofactoren. De uitkomst is helder:
“Deze bevindingen laten zien dat NfL een veelbelovende vroege marker is om het MS‑risico beter in te schatten. Dat helpt artsen om patiënten sneller duidelijkheid te geven en, waar nodig, eerder te starten met behandeling”, aldus Corsten.
De PROUD‑studie laat zien hoe belangrijk langlopend onderzoek is. Door mensen jarenlang te volgen vanaf hun eerste klachten, krijgen onderzoekers inzicht in wat er écht toe doet in de vroege fase van MS. “Dat leidt tot betere voorspellingen, minder onzekerheid en uiteindelijk tot meer gerichte zorg”, stelt Corsten enthousiast.
Dit onderzoek was mogelijk mede dankzij onze donateurs. Dankzij bijdragen aan de Erasmus MC Foundation konden onderzoekers onderzoek doen waardoor zij tot inzichten kwamen die direct bijdragen aan betere zorg voor mensen met MS. Jouw steun maakt dus echt verschil!